SES (Stichting Extra Samen): werken aan maatschappelijke weerbaarheid
Door toenemende geopolitieke spanningen is maatschappelijke weerbaarheid in Nederland hoger op de agenda komen te staan. Stichting Extra Samen (SES) werkt aan georganiseerde burgerreserves van professionals die tijdens een ernstige crisis kunnen bijspringen wanneer vitale sectoren onder druk komen te staan.
De oorsprong van SES ligt niet bij Defensie, en ook niet in een vooraf uitgedacht overheidsprogramma. De stichting vindt haar oorsprong in de eerste weken van de coronacrisis van 2020. Wat begon als een praktische poging om beschikbare zorgprofessionals te koppelen aan zorgorganisaties die dringend mensen nodig hadden, groeide uit tot de Nationale Zorgreserve. Inmiddels wordt hetzelfde principe gebruikt voor plannen rond techniek, logistiek en veiligheid.

Kruispunt tussen burgers, bedrijfsleven en overheid
Daarmee bevindt SES zich op een interessant kruispunt tussen burgers, bedrijfsleven en overheid. De stichting werkt voor de Nationale Zorgreserve met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en werkt daarnaast met het ministerie van Defensie aan aanvullende civiele capaciteit en maatschappelijke weerbaarheid. Ook bedrijven, brancheorganisaties en maatschappelijke organisaties spelen daarin een rol.
Maar wat is SES precies? Wie stonden aan de basis? Hoe kwam de Nationale Zorgreserve tot stand? En wat houden de nieuwe gespecialiseerde burgerreserves eigenlijk in?
Civiele expertise paraat
De reserves richten zich op vitale sectoren
Samen goed voorbereid
Snel inzetbaar bij crisis
Activiteiten reikten verder dan de zorg
SES werd op 12 mei 2020 opgericht onder de naam Stichting Extra ZorgSamen (vaak afgekort tot EZS). In maart 2026 maakte de stichting bekend verder te gaan als SES, Stichting Extra Samen. De nieuwe naam moest duidelijk maken dat de activiteiten inmiddels verder reikten dan alleen de zorg.
Door het coronavirus kwam Nederland in een uitzonderlijke situatie terecht. De zorg maakte zich op voor een enorme toestroom van patiënten. Tegelijkertijd ontstond iets opvallends: duizenden mensen met een zorgachtergrond wilden helpen. Onder hen bevonden zich oud-verpleegkundigen, gepensioneerde zorgprofessionals en mensen die ooit in de zorg hadden gewerkt maar inmiddels een ander beroep hadden.
De bereidheid was er dus. De infrastructuur om al die mensen snel en verantwoord in te zetten, was er nauwelijks.

Daarom namen oud-zorgprofessionals, zorgorganisaties en beleidsmakers het initiatief om vraag en aanbod beter bij elkaar te brengen. Zij begonnen op eigen initiatief beschikbare (oud-)zorgprofessionals te mobiliseren en te koppelen aan zorgorganisaties die door de coronacrisis met personeelstekorten kampten of dreigden te kampen. Dit initiatief vormde de basis voor de latere Stichting Extra ZorgSamen.

Extra Handen voor de Zorg
In de eerste weken van de coronacrisis ontstonden verschillende initiatieven om beschikbare zorgprofessionals en oud-zorgprofessionals te koppelen aan zorgorganisaties die dringend extra personeel nodig hadden. Een van die initiatieven was COVID-19 Extra handen aan het bed. Verschillende initiatieven en betrokken organisaties werden vervolgens samengebracht in Extra Handen voor de Zorg.

Zorgorganisaties en professionals bij elkaar brengen
Binnen deze samenwerking werkten onder meer Extra ZorgSamen, ActiZ, NU’91, V&VN en RegioPlus samen om de vraag van zorgorganisaties en het aanbod van beschikbare professionals beter op elkaar af te stemmen. In het begin gebeurde veel handmatig; later werd het proces ondersteund met ICT.
Dat klinkt eenvoudig, maar tijdens een gezondheidscrisis is dat allesbehalve vanzelfsprekend. Een ziekenhuis, verpleeghuis of andere zorginstelling kan niet zomaar iedereen inzetten die zich meldt. Er moet onder meer duidelijk zijn welke opleiding iemand heeft gevolgd, welke ervaring iemand heeft, welke werkzaamheden verantwoord kunnen worden uitgevoerd en waar de behoefte ligt.
Van Extra Handen voor de Zorg naar een structurele reserve
De ervaringen tijdens de coronacrisis maakten duidelijk hoe waardevol het kan zijn om beschikbare professionals al vóór een crisis te organiseren en met zorgorganisaties te verbinden. Uit deze tijdelijke crisisaanpak ontstond vervolgens het streven naar een structurelere voorziening, die uiteindelijk vorm kreeg in de Nationale Zorgreserve.

Snelle opschaling
Na de eerste coronagolf ontstond de vraag hoe Nederland deze tijdelijke mobilisatie kon vasthouden.
Waarom zou je na een crisis het netwerk weer volledig ontmantelen, om bij de volgende crisis opnieuw op zoek te moeten naar mensen?
Stichting Extra ZorgSamen ging daarom samen met andere partijen en het ministerie van VWS werken aan een duurzamer model. In 2021 kreeg de Nationale Zorgreserve daadwerkelijk vorm. De gedachte was fundamenteel anders dan alleen tijdens een acute noodsituatie mensen werven: bouw het netwerk vóórdat de volgende crisis uitbreekt.
De stichting noemt dit het verschil tussen de koude fase en de warme fase. In de koude fase worden mensen geregistreerd, voorbereid en waar nodig getraind, worden competenties in kaart gebracht en worden relaties met organisaties opgebouwd. Wanneer vervolgens een crisis ontstaat, kan in de warme fase sneller worden opgeschaald.
Dat principe vormt tegenwoordig de kern van de SES-aanpak.

De overheid werd een structurele partner
De relatie tussen SES en de overheid is bijzonder, omdat SES zelf geen ministerie of overheidsdienst is. Het is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. De stichting heeft bovendien de ANBI-status.
Tegelijkertijd voert de organisatie publieke opdrachten uit en wordt de Nationale Zorgreserve gefinancierd vanuit VWS. De overheid is dus niet de eigenaar van SES, maar is wel een belangrijke opdrachtgever en financier.
Nederlandse voorbereiding op crises in de zorg
De Nationale Zorgreserve groeide daarmee van een burgerinitiatief uit tot een onderdeel van de Nederlandse voorbereiding op crises in de zorg.
Dat de overheid serieus naar het model kijkt, blijkt ook uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer. In mei 2026 concludeerde de Rekenkamer dat het beleid rond de Nationale Zorgreserve toereikend was en dat het doel van ten minste 5.000 zorgreservisten eerder dan gepland was bereikt.
Sindsdien is het netwerk verder gegroeid. SES meldt inmiddels dat ruim 7.000 zorgreservisten bij de Nationale Zorgreserve zijn aangesloten. Dat aantal is actueler dan de ruim 5.000 reservisten die de Algemene Rekenkamer in mei 2026 rapporteerde en laat zien hoe snel het netwerk in 2026 verder is gegroeid.
Hoe werkt zo’n burgerreserve?
Een burgerreserve van SES moet niet worden verward met een militaire reserve-eenheid.
De Nationale Zorgreserve bestaat uit professionals en oud-professionals die vrijwillig beschikbaar kunnen zijn om tijdens een crisis tijdelijk bij te springen. De stichting zorgt voor een structuur rond onder meer registratie, voorbereiding, scholing en matching.
Belangrijk is ook het vrijwillige karakter. Volgens SES bepalen reservisten zelf wanneer en hoe vaak zij beschikbaar zijn. Bij daadwerkelijke inzet worden zij betaald; het gaat dus niet simpelweg om een groot bestand van onbetaalde vrijwilligers.
Dat onderscheid is relevant nu SES nauwer met Defensie samenwerkt. Een burgerreservist van SES is niet automatisch een militair reservist. Defensie kent eigen reservisten die onderdeel zijn van de krijgsmacht. SES bouwt juist aan civiele capaciteit die in crisistijd beschikbaar kan komen voor vitale maatschappelijke processen.
De stap naar Defensie
Op 14 oktober 2025 gingen Stichting Extra ZorgSamen en het ministerie van Defensie een samenwerking voor vier jaar aan. Defensie maakte de samenwerking een dag later bekend. Die moest bijdragen aan de operationele gereedheid en bood daarnaast ruimte om te onderzoeken of het model van de Nationale Zorgreserve ook kon worden toegepast op technische, logistieke en veiligheidsprofessionals.

De samenwerking omvatte meerdere lijnen
Defensiereservisten met een zorgachtergrond konden aansluiting zoeken bij de Nationale Zorgreserve om hun zorgkennis en vaardigheden te onderhouden. Andersom werd gekeken naar inzet van civiele zorgreservisten ter ondersteuning van Defensie. Daarvoor werden pilots voorzien van onder andere het Dienstencentrum Personeelslogistiek en de Defensie Gezondheidszorg Organisatie.
De derde lijn richtte zich op de vraag of Nederland vergelijkbare civiele reserves kon opbouwen voor andere essentiële beroepsgroepen.

Van zorgreserve naar gespecialiseerde burgerreserves
Defensie sloot in juli 2025 een raamovereenkomst met de toenmalige Stichting Extra ZorgSamen. Binnen die overeenkomst kreeg de stichting onder meer de opdracht om aanvullende flexibele burgercapaciteit te verkennen.
Die verkenning werd afgerond en het onderzoeksrapport werd in maart 2026 aan Defensie aangeboden. Uit antwoorden van Defensie op Kamervragen blijkt dat volgens het onderzoek een eenduidige en maatschappelijk ingebedde opzet van dergelijke burgerreserves van belang is. Daarbij is nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en met beroeps- en brancheorganisaties nodig om een zo groot mogelijk potentieel te kunnen bereiken.

Ook juridische borging, governance, financiering, samenwerking met publieke en private partners en aansluiting op bestaande crisisstructuren werden als belangrijke aandachtspunten genoemd. Defensie gaf vervolgens aan een businesscase uit te werken op het gebied van onder meer techniek, transport en logistiek en bewaken en beveiligen.
De verkenning vormde daarmee een basis voor de verdere ontwikkeling van drie gespecialiseerde burgerreserves:
- De Nationale Techniekreserve
- De Nationale Logistiekreserve
- De Nationale Veiligheidreserve
De Nationale Techniekreserve
De Nationale Techniekreserve is bedoeld voor mensen met specialistische technische kennis en ervaring die tijdens een crisis van belang kunnen zijn voor de continuïteit van vitale infrastructuur.
SES noemt bijvoorbeeld elektrotechnici, installateurs, monteurs, onderhoudstechnici, telecom- en netwerkspecialisten, ICT-specialisten, technisch engineers, werkvoorbereiders en operators van kritische installaties.

Het achterliggende idee is eenvoudig. Een moderne samenleving is sterk afhankelijk van elektriciteit, telecom, water, digitale infrastructuur en technische installaties. Bij sabotage, een cyberincident, extreem weer of andere grootschalige verstoringen kan niet alleen infrastructuur uitvallen, maar kan ook de beschikbaarheid van specialistische technische expertise onder druk komen te staan.
Een vooraf georganiseerde en voorbereide reserve maakt het mogelijk om dergelijke expertise sneller beschikbaar te krijgen dan wanneer pas tijdens een crisis naar geschikte mensen moet worden gezocht.
De Nationale Logistiekreserve
Een tweede pijler is de Nationale Logistiekreserve.
Een crisis veroorzaakt niet alleen een tekort aan mensen, maar kan complete logistieke ketens ontregelen. Goederen moeten worden vervoerd, voorraden verdeeld, mensen opgevangen en essentiële middelen op de juiste plek gebracht.

SES richt zich daarom onder meer op vrachtwagenchauffeurs, logistiek planners, magazijn- en distributiemanagers, heftruckchauffeurs, supply-chain-specialisten en andere professionals uit transport en expeditie.
De logistiekreserve moet kunnen ondersteunen bij bijvoorbeeld distributie, transport, bevoorrading en opvang.
De Nationale Veiligheidreserve
De derde nieuwe reserve is de Nationale Veiligheidreserve.
Hierbij gaat het volgens SES onder meer om beveiligers, boa’s, voormalige politiemedewerkers, voormalig Defensiepersoneel, toezichthouders, handhavers, crisiscoördinatoren, veiligheidskundigen en professionals op het gebied van evenementenveiligheid en crowdmanagement.
Deze reserve moet ondersteuning kunnen leveren rond onder meer openbare orde, handhaving en bescherming van vitale objecten.

Het veiligheidsdomein is vanzelfsprekend sterker gereguleerd dan veel technische of logistieke werkzaamheden. SES erkent zelf dat deze reserve kleiner en sterker gereguleerd is. Dat maakt onder meer de precieze bevoegdheden, verantwoordelijkheden en juridische inbedding belangrijk bij de verdere ontwikkeling.
De burgerreserves zijn nog in ontwikkeling
Hier is een belangrijke nuance nodig.
De Nationale Zorgreserve bestaat daadwerkelijk als operationeel netwerk. Voor de nieuwe techniek-, logistiek- en veiligheidsreserves ligt dat anders. SES beschrijft de nieuwe reserves in het najaar van 2026 nog als reserves waaraan wordt gewerkt en waarvoor de eerste basis wordt gelegd. Professionals kunnen zich wel al voorinschrijven.
Het zou daarom te ver gaan om te schrijven dat Nederland al drie volledig operationele nieuwe burgerreserves heeft.
Wel heeft de ontwikkeling in het najaar van 2026 belangrijke politieke steun gekregen.

Op 28 september 2026 werd in de Tweede Kamer een motie ingediend die de regering oproept om in 2027 eenduidige aanvullende specialistische burgerreserves voor techniek, logistiek en veiligheid op te richten. De motie werd op 6 oktober 2026 met 147 stemmen voor aangenomen.
Dat is een belangrijk politiek signaal, maar een aangenomen motie betekent niet automatisch dat alle organisatorische, financiële en juridische keuzes al definitief zijn gemaakt. De precieze toekomstige inrichting blijft daarom een ontwikkeling om te volgen.
De verbinding met het bedrijfsleven
Een burgerreserve kan alleen functioneren wanneer niet uitsluitend individuele professionals meedoen. Ook werkgevers spelen een belangrijke rol.
Daarom zoekt SES nadrukkelijk verbinding met het bedrijfsleven, brancheorganisaties en beroepsverenigingen. Op de partnerpagina van de stichting staan organisaties uit zowel de publieke als private sector, waaronder zorgorganisaties, beroepsverenigingen, werkgevers en bedrijven.

Een voorbeeld is de samenwerking met de Infra Capacity Alliance (ICA). SES en ICA sloten in augustus 2026 een convenant rond de nieuwe burgerreserves. ICA is een collectief van meer dan dertig Nederlandse bedrijven, crisisexperts en hulpverleners uit de technische sector.
Het idee is dan niet alleen mensen, maar ook expertise en waar relevant materieel van aangesloten organisaties beter verbonden kunnen worden aan de crisisstructuur. Een concreet praktisch voorbeeld is dat ICA-aangesloten organisaties vertrekkende medewerkers wijzen op de mogelijkheid zich bij een burgerreserve aan te melden.
Dat laat goed zien waarom SES spreekt over een whole-of-society-benadering: overheid, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties moeten niet pas tijdens een crisis kennismaken, maar vooraf weten hoe ze elkaar kunnen vinden.

SES is geen verlengstuk van Defensie
Door de samenwerking met Defensie kan gemakkelijk de indruk ontstaan dat SES onderdeel van de krijgsmacht is. Dat is niet het geval.
SES is een zelfstandige stichting zonder winstoogmerk. De organisatie heeft een eigen bestuur en een Raad van Toezicht. In 2026 bestaat de Raad van Bestuur uit één bestuurder, Charlotte de Schepper. Zij volgde in september 2022 oprichtingsbestuurder, José Geertsema op. Hubert Bruls, burgemeester van Nijmegen, is voorzitter van de Raad van Toezicht.
De samenwerking met Defensie moet daarom vooral worden gezien als samenwerking tussen overheid en een maatschappelijke organisatie die ervaring heeft met het organiseren van civiele reservecapaciteit.
Hetzelfde geldt voor VWS: de Nationale Zorgreserve wordt in opdracht van en met financiering van het ministerie uitgevoerd, maar SES zelf blijft een zelfstandige stichting.
Waarom het model van de gespecialiseerde burgerreserves nu relevant is
De ontwikkeling van SES past in een bredere verandering in het denken over crisisvoorbereiding.
Nederland is een hoogontwikkelde samenleving, maar daardoor ook afhankelijk van complexe ketens. Zorg, elektriciteit, digitale communicatie, transport, bevoorrading en veiligheid zijn nauw met elkaar verbonden. Uitval in één sector kan daardoor gevolgen hebben voor andere sectoren.
Tegelijkertijd bestaat buiten de overheid een enorme hoeveelheid professionele kennis. Een gepensioneerde verpleegkundige, voormalig politiefunctionaris, elektrotechnicus, vrachtwagenchauffeur of ICT-specialist kan tijdens een ernstige crisis ineens bijzonder waardevol zijn.

Het probleem is niet noodzakelijk dat deze mensen ontbreken. Het probleem is dat je tijdens een crisis geen tijd wilt verliezen aan de vraag wie ze zijn, waar ze wonen, wat ze kunnen, of ze inzetbaar zijn en bij welke organisatie ze terechtkunnen.
Daar probeert SES een antwoord op te formuleren:
“Organiseer beschikbaar menselijk potentieel voordat een crisis uitbreekt.”
Niet hetzelfde als een militaire reservist
Voor de duidelijkheid is ook het verschil met militaire reservisten belangrijk.
Militaire reservisten maken deel uit van Defensie en kunnen militaire functies vervullen. De gespecialiseerde burgerreserves waar SES aan werkt zijn civiel van aard. Zij zijn bedoeld om professionele capaciteit beschikbaar te houden voor organisaties en vitale sectoren wanneer de continuïteit onder druk staat.
Het kabinet spreekt in dit verband zelf over aanvullende flexibele burgercapaciteit uit de maatschappij die schaalbaar kan worden ingezet en geen militaire taken uitvoert of militaire opleiding vereist.
Dat maakt het SES-model wezenlijk anders dan simpelweg meer mensen voor de krijgsmacht werven.

Van improviseren naar voorbereiden
Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste rode draad in de geschiedenis van SES.
In maart 2020 – toen de coronacrisis ook hier losbarstte – moest Nederland improviseren. Mensen wilden helpen, organisaties hadden hulp nodig, maar tussen die twee zat een organisatorisch gat.
Zes jaar later probeert Stichting Extra Samen precies dat vóór een volgende crisis te dichten.
Eerst gebeurde dat in de zorg. Vervolgens werd het model professioneler, groeide de Nationale Zorgreserve en ontstond structurele samenwerking met VWS. Daarna kwam Defensie in beeld en werd onderzocht of dezelfde systematiek toepasbaar is op techniek, logistiek en veiligheid.
De naam Stichting Extra ZorgSamen werd daardoor uiteindelijk te beperkt. Sinds maart 2026 heet de organisatie daarom SES – Stichting Extra Samen.
De volgende fase van SES
De komende periode wordt bepalend.
De Nationale Zorgreserve beschikt inmiddels over duizenden reservisten en vormt de blauwdruk. Voor techniek, logistiek en veiligheid moet blijken hoe snel de nieuwe reserves van opbouw naar een duurzaam en breed ingebed systeem kunnen groeien.
Daarbij liggen nog vragen op tafel over onder andere financiering, juridische borging, verantwoordelijkheden, samenwerking met werkgevers en aansluiting op bestaande crisisorganisaties. Juist deze punten kwamen ook uit de verkenning voor Defensie naar voren.
Tegelijkertijd is de politieke richting duidelijker geworden. De Tweede Kamer heeft zich met zeer brede steun uitgesproken voor het daadwerkelijk oprichten van de aanvullende specialistische reserves in 2027.
Daarmee is SES in relatief korte tijd veranderd van een initiatief uit de coronacrisis in een organisatie die betrokken is bij een veel bredere vraag:
“Hoe zorgt Nederland ervoor dat voldoende deskundige mensen beschikbaar blijven wanneer een grote crisis meerdere vitale sectoren tegelijk raakt?”
Het antwoord van SES is even eenvoudig als ambitieus: wacht niet tot de crisis er is. Zoek de mensen vooraf, houd hun kennis beschikbaar, verbind hen met organisaties en zorg dat iedereen weet wat er moet gebeuren wanneer opschaling nodig is.
Wat in 2020 begon met extra handen voor de zorg, ontwikkelt zich daarmee tot een veel breder model voor maatschappelijke weerbaarheid.
Algemene BurgerReserve
Het bredere overheidsstreven gaat verder dan alleen de gespecialiseerde burgerreserves waar SES aan werkt. Naast deze specialistische capaciteit wil de overheid ook een veel grotere algemene BurgerReserve opbouwen. Die algemene BurgerReserve is geen onderdeel van SES en heeft een ander doel: niet het organiseren van specifieke beroepskennis, maar het vergroten van de algemene weerbaarheid en inzetbaarheid van burgers tijdens crises en noodsituaties. Samen laten beide ontwikkelingen zien dat Nederland steeds nadrukkelijker inzet op georganiseerde maatschappelijke capaciteit naast de reguliere hulpdiensten en overheidsorganisaties.
Het streven van de Nederlandse overheid is om uiteindelijk te komen tot 130.000 algemene burgerreservisten en 20.000 gespecialiseerde burgerreservisten voor onder meer zorg, techniek, logistiek en veiligheid.

Meer weten over de algemene BurgerReserve?
Veelgestelde vragen (FAQ) over Stichting Extra Samen (SES)
Hieronder vind je de meestgestelde vragen over SES.
Bronnen:
Stichting Extra Samen (SES) – officiële website
Algemene Rekenkamer – Nationale Zorgreserve
Tweede Kamer der Staten-Generaal – Kamerstukken
Ministerie van Defensie – officiële publicaties
